ONRECHT: Pechtold’s ‘Dat overleef jij niet!’ leidde tot menselijk drama in Nederlandse rijschoolwereld!

De geschiedenis leert dat juist langdurige conflicten tussen burgers en de overheid vragen om onafhankelijk toezicht, niet om verdere escalatie.

Leestijd: 3 minuten
deze opinie is eerder gepubliceerd op Onrecht en geschreven door opiniemaker Haje Derksen

“Dat overleef jij niet!”

Volgens Henrie Kamps waren dat bijna vijf jaar geleden de woorden waarmee toenmalig CBR-directeur Alexander Pechtold hem telefonisch waarschuwde te stoppen met het luidden van de klok. Sindsdien zijn die woorden uitgegroeid tot het symbool van een jarenlange strijd tussen een voormalig rijschoolhouder en een zelfstandig bestuursorgaan dat zegt de verkeersveiligheid te dienen.

Wie de afgelopen jaren uitsluitend de krantenkoppen heeft gevolgd, kent vooral het beeld van de “CBR-stalker”. Maar achter dat etiket schuilt ook een andere vraag: wat gebeurt er wanneer een overheidsorganisatie al haar juridische, communicatieve en bestuurlijke middelen inzet tegen één kritische burger?

Na ICT-manager Berend Boeckhoudt meldde ook Henrie Kamps zich als klokkenluider over wat volgens hem ernstige misstanden binnen het CBR zijn. Vanaf dat moment volgde een conflict dat nauwelijks nog iets weg had van een normaal meningsverschil. Rechtszaken, tientallen meldingen bij de politie, publicitaire confrontaties en voortdurende juridische procedures bepaalden jarenlang het speelveld.

Vorige week bereikte die strijd een nieuw dieptepunt. Door een verstekvonnis kreeg het CBR toestemming om bij overtreding van een rechterlijk verbod uiteindelijk het middel van lijfsdwang in te zetten. Een uitzonderlijk zware maatregel die in de publieke beeldvorming vooral bevestigt dat de overheid haar zin heeft gekregen.

Maar daarmee is de onderliggende discussie niet verdwenen.

Alexander Pechtold heeft het CBR inmiddels verlaten. Zijn opvolger, Nanouke van ’t Riet, trad op 1 april aan als nieuwe algemeen directeur. Een bestuurswisseling biedt normaal gesproken ruimte voor reflectie, herstel en dialoog. Uit de verschillende brieven die Kamps naar eigen zeggen aan de nieuwe directie stuurde, spreekt zijn hoop dat er alsnog een inhoudelijk gesprek zou ontstaan over de kritiek die hij al jaren uit. Voor zover publiekelijk bekend, is dat gesprek er niet gekomen.

Daarmee blijft de vraag boven de markt hangen of binnen het CBR werkelijk ruimte bestaat voor zelfkritiek. Want wanneer een conflict vijf jaar duurt, miljoenen euro’s aan juridische procedures en beveiliging kost en beide partijen alleen nog tegenover elkaar in de rechtszaal ontmoeten, is iedereen uiteindelijk verliezer.

Afgelopen vrijdag verscheen Kamps samen met een cameraploeg van PowNews opnieuw bij het examencentrum in Hengelo. Opmerkelijk genoeg lukte het hem tot drie keer toe het gebouw binnen te lopen, terwijl jarenlang is gesproken over de enorme veiligheidsmaatregelen die speciaal vanwege hem zouden zijn genomen. Dat roept vragen op over proportionaliteit, beeldvorming en de manier waarop dit conflict jarenlang is gepresenteerd.

Het is verleidelijk om dit dossier af te doen als een botsing tussen een overheidsinstantie en een eigenzinnige activist. Maar daarmee zou de kern worden gemist. De geschiedenis leert dat juist langdurige conflicten tussen burgers en de overheid vragen om onafhankelijk toezicht, niet om verdere escalatie.

Nederland kent inmiddels genoeg voorbeelden waarin aanvankelijk werd aangenomen dat de overheid gelijk had, totdat jaren later bleek dat burgers ten onrechte waren vermalen door een systeem dat zichzelf niet meer corrigeerde. De toeslagenaffaire heeft laten zien hoe gevaarlijk het wordt wanneer instituties kritiek niet meer zien als een noodzakelijke controle, maar als een bedreiging die koste wat kost moet worden uitgeschakeld.

Juist daarom zou het Openbaar Ministerie, maar ook het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, zich niet alleen moeten richten op de vraag of Henrie Kamps de grenzen van het recht heeft overschreden. Minstens zo belangrijk is de vraag hoe een conflict tussen één burger en een zelfstandig bestuursorgaan heeft kunnen uitgroeien tot een jarenlange juridische uitputtingsslag.

Want als een overheid jarenlang strijd voert tegen één burger, ontstaat uiteindelijk een veel fundamentelere vraag dan wie een rechtszaak wint.

De vraag is of de overheid nog in staat is zichzelf kritisch te onderzoeken.

En misschien is dát wel de belangrijkste les van vijf jaar CBR-conflict. Niet omdat daarmee alle beschuldigingen vaststaan of iedere actie van één van beide partijen wordt gerechtvaardigd, maar omdat een democratische rechtsstaat alleen geloofwaardig blijft wanneer ook de macht bereid is zichzelf te laten controleren.

Anders blijven die vijf woorden nog lang door Nederland echoën:

“Dat overleef jij niet.”