Nieuwe CBR directeur, oude vraag: wie bewaakt de wettelijke grenzen van het CBR?

Met de benoeming van Nanouke van ’t Riet als algemeen directeur van het CBR breekt voor de organisatie een nieuwe bestuursperiode aan. De vraag is echter niet alleen welke koers zij wil varen, maar ook of zij bereid is de grenzen van de wettelijke taak van het CBR te respecteren. Juist rond de invoering van het Nationaal Leerplan Rijopleiding B zou die vraag snel actueel kunnen worden.

Het CBR presenteert zich al jaren als meer dan alleen examen- en keuringsinstituut. De organisatie denkt mee over de inrichting van rijopleidingen, ontwikkelt nieuwe onderwijsconcepten en speelt een steeds grotere rol in discussies over de kwaliteit van rijscholen. Op zichzelf klinkt dat logisch. Wie dagelijks kandidaten examineert, beschikt immers over veel kennis van de praktijk. Maar kennis en bevoegdheid zijn niet hetzelfde.

Volgens betrokkenen binnen de sector ligt er al geruime tijd een juridisch probleem onder deze ontwikkeling. In het verleden zou landsadvocaat Pels Rijcken de toenmalige CBR-directie namelijk hebben geadviseerd dat het CBR geen wettelijke taak heeft om een eigen rijopleiding te ontwikkelen en te exploiteren. Dat negatieve advies raakt de kern van de discussie. Een zelfstandig bestuursorgaan mag immers uitsluitend handelen binnen de taken die door de wetgever zijn opgedragen. Niet omdat bestuurders dat wenselijk vinden, maar omdat de rechtsstaat nu eenmaal grenzen stelt aan overheidsmacht.

De CBR directie negeerde dat advies en gaf groen licht voor de ontwikkeling én exploitatie van de Rijopleiding In Stappen… de voorloper van het beoogde Nationaal Leerplan Rijopleiding B. Het CBR claimde zelfs het merkenrecht RIS. Het CBR verzorgde jarenlang de keuring van RIS gecertificeerde rij-instructeurs in plaats van het daarvoor bedoelde IBKI. Het CBR bevoordeelde RIS-rijscholen en instructeurs en hun examenkandidaten. Het CBR eigende zichzelf zonder blikken of blozen een (kern)taak toe die de wetgever haar bewust nooit heeft gegeven….

fragment uit het negatieve advies van landsadvocaat Pels Rijcken over betrokkenheid CBR bij de rijopleiding

Voor Nanouke van ’t Riet zou dat, omdat zij gewaarschuwd is door de Vereniging Consumentenbelang Autorijbewijs (VCBA) aanleiding moeten zijn om kritisch te kijken naar de rol die het CBR momenteel opeist rond het Nationaal Leerplan Rijopleiding B. Zeker wanneer zij kennisneemt van het rapport Van Rijles naar Rijonderwijs van Emile Roemer (zie download).

Opmerkelijk genoeg adviseerde Roemer namelijk helemaal niet om het Nationaal Leerplan Rijopleiding B onder te brengen bij het CBR. Integendeel. Hij stelde voor een nieuwe onafhankelijke organisatie op te richten: het Curriculum College Autorijonderwijs (CCA). Deze organisatie zou verantwoordelijk moeten worden voor de ontwikkeling van het leerplan, het toezicht op de kwaliteit van rijscholen, de behandeling van consumentenklachten door het CBR en diverse andere toezichthoudende taken.

Dat advies was niet toevallig. Roemer zag kennelijk ook het risico van rolvermenging. Wanneer dezelfde organisatie examens afneemt, klachten behandelt, toezicht houdt op rijscholen én mede bepaalt hoe de opleiding eruitziet, ontstaat een situatie waarin onafhankelijk toezicht vrijwel onmogelijk wordt. In de volksmond heet dat: de slager die zijn eigen vlees keurt.

Juist daarom is het opmerkelijk dat steeds meer taken die Roemer bij een onafhankelijke instantie wilde onderbrengen alsnog richting het CBR lijken te verschuiven. Daarmee dreigt een fundamenteel probleem te ontstaan. Wie controleert straks de organisatie die zelf de normen opstelt, de examens afneemt, klachten behandelt en toezicht houdt op de uitvoering? Een organisatie die in de voorbije decennia ook nog eens meerdere malen door de minister onder verscherpt toezicht is gesteld, omdat het er een chaos was/is!

Voor Van ’t Riet ligt hier een belangrijke keuze. Zij kan de lijn van haar voorgangers voortzetten en het CBR verder ontwikkelen tot een organisatie die steeds meer invloed krijgt op de inhoud van de rijopleiding. Maar zij kan ook een principiële keuze maken en terugkeren naar de kernvraag: welke taken heeft de wetgever daadwerkelijk aan het CBR opgedragen?

Dat lijkt misschien een technische discussie voor juristen. In werkelijkheid gaat het om een fundamenteel beginsel van behoorlijk bestuur. Overheidsorganisaties mogen hun bevoegdheden niet uitbreiden omdat zij vinden dat dit nuttig of wenselijk is. De wet bepaalt wat hun taak is.

Misschien is dat wel de eerste echte bestuurstoets voor de nieuwe algemeen directeur. Niet of zij het Nationaal Leerplan Rijopleiding kan invoeren, maar of zij bereid is te erkennen dat sommige verantwoordelijkheden bewust buiten het CBR thuishoren.

Want een onafhankelijke examinator heeft de samenleving hard nodig. Een organisatie die tegelijkertijd opleider, toezichthouder, klachtenbehandelaar en examinator wil zijn, veel minder.

Geertje Hegeman, hoofd Verkeersveiligheid bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, bevestigt in een tv-interview: het CBR heeft geen wettelijke taak bij de rijopleiding.

Downloaden